Spelen is leren

Kinderen komen buiten, tijdens het spelen in aanraking met verschillende materialen en afwisselende omstandigheden. In een uitdagende buitenruimte kunnen kinderen steeds nieuwe dingen ontdekken, ondernemen, hun grenzen verleggen en zo steeds zelfstandiger leren handelen. Kinderen ontwikkelen zich binnen het leerplan op zeven competenties. Hieronder leggen wij per competentie uit hoe wij dit vorm kunnen geven op het speelplein.

Sociaal

Sociale interactie op het plein is belangrijk voor leerlingen van alle leeftijden. Toch openbaart zich dat per leeftijdscategorie anders.

Onderbouw:  Kleuters spelen vaak alleen, maar komen elkaar wel tegen in hun spel. Op die momenten kunnen ze leren hoe ze naast elkaar kunnen spelen zonder een ander in de weg te zitten. Bijvoorbeeld in de zandbak, of op het moment dat ze allebei dezelfde fiets willen.
Middenbouw: dit is vaak een moment dat kinderen echt samen gaan spelen. Dus moet er op het plein ruimte zijn om samen te spelen. Dit kan bijvoorbeeld door een mandschommel. Sommige leerlingen in de mand, sommige leerlingen moeten duwen. Later ruilen we om.
Bovenbouw: bij de leerlingen in de hoogste groepen zien we vaak echte ontmoetingsmomenten. Samen spellen bedenken en daarbij horende regels. Om spellen zoals tikkertje, overlopertje of pakkertje te spelen is ruimte nodig. Ook zien we vaak (vooral bij de meisjes) dat ze op deze leeftijd in de pauze gaan kletsen.

Op een schoolplein moet ruimte zijn om elkaar te ontmoeten en te kletsen. Dit hoeven niet altijd vooropgezette buitenmeubels te zijn. Kinderen zijn creatief genoeg om zelf rust-plekken te ontdekken.

Emotioneel

Emotionele ontwikkeling is belangrijk, door jezelf te blijven uitdagen en stappen te zetten durf én kun je steeds meer.

Onderbouw:  Voor kleuters kan het spelen op zich al een hele uitdaging zijn. Daarom moeten speelaanleidingen laagdrempelig zijn. Bijvoorbeeld een trein waar ze doorheen kunnen lopen of kruipen. Zelf maken ze er naar mate ze groter worden wel een mooi verhaal bij.
Middenbouw: hier kun je leerlingen uitdagen met moeilijkere spelelementen. Durf jij van die hoge glijbaan? Of over dat net te lopen? Kinderen voelen zich gesterkt als ze zichzelf overwinnen.
Bovenbouw: voor deze leerlingen is uitdaging belangrijk. Maar ook voor iedereen wat passends. Niet alle leerlingen kunnen spannende trucjes op het hoge duikelrek. Zorg voor goede afwisseling in uitdaging zodat ieder voor zich overwinningen blijft halen.

Struingroen op een schoolplein daagt kinderen uit om natuur te ontdekken maar is ook geschikt als verstopplek, of een ruimte waar je je even terug kan trekken van alle drukte op het plein. Het is best heel spannend om daar voor het eerst door te kruipen..

Motorisch

Vanaf jongs af aan ontwikkel je je motoriek. Wat hebben leerlingen nodig om dit op het plein te kunnen blijven oefenen.

De motorische ontwikkeling van een kind is op te splitsen in grove en fijne motoriek en zintuigelijke motoriek. Bij grove motoriek denken we onder meer aan rennen, klimmen, balanceren en zweven. Fijne motoriek betreft grijpen, tekenen en vormgeven; alles wat een kind met zijn handen kan maken. Als we spreken over zintuigelijke motoriek dan hebben we het over alles waarbij de zintuigen van een kind geprikkeld worden: horen, ruiken, zien, proeven en voelen.

Alle soorten speelaanleidingen zetten aan tot motorische ontwikkeling. Alleen het is zaak op te letten dat je niet alleen de grove motoriek stimuleert maar ook de fijne en zintuigelijke motoriek van leerlingen.

Klimmen maakt je sterker, maar je leert ook omgaan met een gezonde dosis risico. Klimmen ontwikkeld kracht, coördinatie, conditie, snelheid en lenigheid.

Cognitief

Inzicht krijgen in het spel, je angst overwinnen en elke keer een beetje meer.

Onderbouw:  alle begin is moeilijk. Daarom moet je de drempel voor kleuters laag houden. Stop niet teveel moeilijkheden in het plein. Geef kinderen aanleiding om iets te doen maar maak het motorisch niet te moeilijk. Daarmee creëer je zelfvertrouwen die ze goed kunnen gebruiken.
Middenbouw: steeds harder, hoger, sneller. Wie is het beste? Maar is er ook gelet op de kinderen die alles een beetje spannend vinden? Geef ze een plekje om op eigen tempo te ontdekken.
Bovenbouw: is er voor de bovenbouw genoeg uitdaging om zichzelf nog te ontwikkelen op dit gebied? Zijn er spelelementen waar ook 8ste groepers denken ‘oh zou ik dit kunnen?’.

Uitdaging voor alle leeftijden. Jezelf overwinnen is belangrijk om ook op andere gebieden zelfvertrouwen te hebben.

Communicatief

Waar kinderen samen spelen moet gecommuniceerd worden. Op school is een veilige omgeving om dit te leren. Want het plein is altijd een juf of meester die kan bijsturen.

Onderbouw: kleuters spelen vaak alleen. Zij leren te communiceren door aan anderen aan te geven welke ruimte zij nodig hebben (bijvoorbeeld in de zandbak) of wanneer zij aan de beurt zijn op het nieuwe fietsje.
Middenbouw: Leerlingen van groep 3-6 leren communiceren door samen te spelen. Welk fantasiespel spelen ze er wie speelt wie? In welke volgorde mogen ze in de mandschommel?
Bovenbouw: leerlingen van groep 7-8 ontwikkelen hun communicatie door zelf spel te bedenken en de bijbehorende regels hierbij de bedenken én af te spreken. Je hebt hierbij leiders en volgers. Maar voor beide moet je spreken óf luisteren. Let je als juf op dat niet altijd dezelfde aan het woord is?

Wist je dat de schrijfvaardigheid en leesvaardigheid van een kind ook worden beïnvloed door het evenwichtsorgaan? Balanceren verbeterd de werking van het evenwichtsorgaan en hierdoor heeft het dus ook invloed op de schrijf- en leesvaardigheid!

Expressief

Spontaniteit in de volle breedte. Kinderen dansen, springen, zingen, schilderen en spelen rollenspellen.

Onderbouw: muziekinstrumenten of tuintjes geven kinderen een plek om creativiteit te ontwikkelen.
Middenbouw: voor deze leerlingen speelt rollenspel een grote rol. Verzin een spel rond een boot of trein en leerlingen van groep 4-6 zullen enthousiast reageren. Hoe kun je je zo goed mogelijk inleven in een piraat?
Bovenbouw: rond deze leeftijd kunnen en durven kinderen meer. Wat vind je van een podium waar leerlingen hun eigen voorstellen kunnen geven?

Belangrijk is dat leerlingen hierbij een voorzetje krijgen maar dat ze zelf invullen kunnen geven aan hun fantasie en creativiteit.

Je merkt het al in het schoollokaal na een aantal uur rekenen en taal. Dan wordt er geschoven en gewiebeld: kortom, de hoogste tijd om naar buiten te gaan. De energie moet er uit!