Wet- en regelgeving: de valruimte

Wet- en Regelgeving: De valruimte

De valruimte is de ruimte rondom het speeltoetsel waar het kind ‘de ruimte krijgt om te vallen’. Een kind kan vallen van toesteldelen die bedoeld zijn om op te staan, zitten of aan te hangen of van delen die hier niet voor bedoeld zijn maar wel makkelijk bereikbaar zijn. Om te voorkomen dat een kind tijdens het vallen tegen een opstakel valt zijn er de volgende eisen aan de valruimte:

  • Als de valhoogte van een toestel meer is dan 60 cm mogen er geen obstakels in de valruimte zijn;
  • De valruimte is minimaal 1,5 meter rondom het toestel.
  • Valruimten van toestellen die naast elkaar liggen, mogen elkaar in een aantal gevallen overlappen.
  • Valruimte mag geen overlap hebben met een vrije ruimte (ruimte in, op of rond het toestel waarin een gebruiker zich kan bevinden als deze van een toestel valt) van een ander toestel.
  • Vrije ruimtes van toestellen mogen elkaar overigens ook niet overlappen.
  • Als de vrije valhoogte tussen aangrenzende platforms in dezelfde constructie meer dan 1 m bedraagt, moeten platforms in de valruimte voldoen aan eisen van schokdemping.
  • De bodem van de valruimte moet voldoen aan de eisen van de schokdemping.